zetlijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lijn waaraan de haken zitten waarmee de (paling)visser vist
- metalen reep waarop men de letters zet met een zethaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetlijnen | meervoud |
| zetlijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetlijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zetten ww en lijn zn
Woordfamilie van zetlijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetlijnen | meervoud | zetlijn |
| zetlijntje | verkleinwoord | zetlijn |
| zetlijntjes | verkleinwoord meervoud | zetlijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetlijn zijn vastgelegd.