zetpil
zelfstandig naamwoord ˈzɛtpɪlBetekenis
- medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
- (bij vrouwen ook:) medicament in de vorm van een pil die via de vagina toegediend wordt
Hoe spreek je zetpil uit?
/ˈzɛtpɪl/
Zetpil bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- medicament in de vorm van een pil die via de vagina toegediend wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetpillen | meervoud |
| zetpilletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetpilletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zet ww en pil zn , in de betekenis van ‘pil die in de endeldarm gebracht wordt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642
Woordfamilie van zetpil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetpillen | meervoud | zetpil |
| zetpilletje | verkleinwoord | zetpil |
| zetpilletjes | verkleinwoord meervoud | zetpil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetpil zijn vastgelegd.