zetschipper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zetbaas op een schip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetschippers | meervoud |
| zetschippertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetschippertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zet ww en schipper
Woordfamilie van zetschipper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetschippers | meervoud | zetschipper |
| zetschippertje | verkleinwoord | zetschipper |
| zetschippertjes | verkleinwoord meervoud | zetschipper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetschipper zijn vastgelegd.