zetbaas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die voor rekening van een ander een zaak beheert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetbaasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetbaasjes | verkleinwoord, meervoud |
| zetbazen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘die voor rekening van een ander een zaak beheert’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1749
Woordfamilie van zetbaas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetbaasje | verkleinwoord | zetbaas |
| zetbaasjes | verkleinwoord meervoud | zetbaas |
| zetbazen | meervoud | zetbaas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetbaas zijn vastgelegd.