zetbok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de schuine werktafel waaraan zetters in een drukkerij plachten te werken en waarin de kasten werden opgeborgen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetbokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetbokjes | verkleinwoord, meervoud |
| zetbokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zet ww en bok
Woordfamilie van zetbok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetbokje | verkleinwoord | zetbok |
| zetbokjes | verkleinwoord meervoud | zetbok |
| zetbokken | meervoud | zetbok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetbok zijn vastgelegd.