baguette
zelfstandig naamwoord baˈɡɛtBetekenis
- langwerpig brood met een harde korst
- rechthoekig stukje zilver (waaruit lepels en vorken gesmeed worden)
- langwerpig rechthoekig geslepen edelsteen
- dun stok(je)
- een voorwerp dat op een dun stokje lijkt, bijv.
- dun stokbrood van ca. 300 gram, baguette
Hoe spreek je baguette uit?
/baˈgɛt/
Baguette bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| g | goal |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- drumstok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baguetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baguetjes | verkleinwoord, meervoud |
| baguettes | meervoud |
| baguettetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baguettetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans baguette “stok(je)”, “stokbrood”, in de betekenis van ‘stokbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1976
Woordfamilie van baguette
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baguettes | meervoud | baguette |
| baguettetje | verkleinwoord | baguette |
| baguettetjes | verkleinwoord meervoud | baguette |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baguette zijn vastgelegd.