zand
zelfstandig naamwoord, werkwoord zɑntBetekenis
- losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen, kwarts en glimmer
- een losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen, kwarts en glimmer
Hoe spreek je zand uit?
/zɑnt/
Zand bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen [1], kwarts en glimmer [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zanden | meervoud |
| zandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zandjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zanden
- gebiedende wijs van zanden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zanden
Vervoeging van zand
zandhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands sant van Oudnederlands sant, Protogermaans *sanda-/*samdaz,, Indo-Europees *sámh₂dʰos. In de betekenis van ‘steenstof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 893
Woordfamilie van zand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zandje | verkleinwoord | zand |
| zandjes | verkleinwoord meervoud | zand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zand zijn vastgelegd.