Naar de inhoud

zamelen

beetje bij beetje bijeenbrengen

zamelen

werkwoord

Betekenis

  1. beetje bij beetje bijeenbrengen

Vervoeging van zamelen

zamelenhele werkwoord — zameldeverleden tijd enkelvoud — zameldenverleden tijd meervoud — gezameldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zamel zamelde
jij zamelt zamelde
hij, zij, het zamelt zamelde
wij zamelen zamelden
jullie zamelen zamelden
zij zamelen zamelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezameld verleden tijd, deelwoord
gezameld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezameld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zamelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zamelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zamel gebiedende wijs
zamelde verleden tijd
zamele aanvoegende wijs
zamelend onvoltooid, deelwoord
zou gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zamelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van zamelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezameld voltooid deelwoord zamelen
gezamelde woordvorm zamelen
zamel gebiedende wijs zamelen
zamelde verleden tijd zamelen
zamelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zamelen
zamele aanvoegende wijs zamelen
zamelend onvoltooid deelwoord zamelen
zamelende woordvorm zamelen
zamelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zamelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zamelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zamelen

Wat betekent zamelen?
Zamelen is een werkwoord. Het woord betekent: beetje bij beetje bijeenbrengen.
Hoe vervoeg je zamelen?
Je vervoegt zamelen als volgt: de tegenwoordige tijd is zamel, de verleden tijd is zamelde en het voltooid deelwoord is gezameld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zamelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zamelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. A 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

zamelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zamelen in het kort

zamelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zamelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zamelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zamelen: beetje bij beetje bijeenbrengen
Deel zamelen — standaardnederlands.nl