zanden
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een laag zand op iets strooien
Vervoeging van zanden
zandenhele werkwoord — zanddeverleden tijd enkelvoud — zanddenverleden tijd meervoud — gezandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zand | zandde |
| jij | zandt | zandde |
| hij, zij, het | zandt | zandde |
| wij | zanden | zandden |
| jullie | zanden | zandden |
| zij | zanden | zandden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gezand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezand | verleden tijd, deelwoord |
| gezand te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezand te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezand te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezand te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezand worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezand zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezand zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezand zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zanden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gezand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gezand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gezand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gezand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gezand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zand | gebiedende wijs |
| zandde | verleden tijd |
| zande | aanvoegende wijs |
| zandend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gezand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zand
Herkomst
afgeleid van zand met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van zanden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezand | voltooid deelwoord | zanden |
| gezande | woordvorm | zanden |
| zandde | verleden tijd | zanden |
| zandden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zanden |
| zande | aanvoegende wijs | zanden |
| zandend | onvoltooid deelwoord | zanden |
| zandende | woordvorm | zanden |
| zandt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zanden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zanden zijn vastgelegd.