Naar de inhoud

pand

een zakelijk recht op het roerend goed van een ander om met voorrang een vordering te kunnen verhalen

pand is meer dan één woord

pand

zelfstandig naamwoord, werkwoord pɑnt

Betekenis

  1. een zakelijk recht op het roerend goed van een ander om met voorrang een vordering te kunnen verhalen
  2. een stuk kanaal of vaart dat tussen twee sluizen gelegen is

Hoe spreek je pand uit?

/pɑnt/

Pand bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /pɑnt/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɑ bad
n nek
t tak

zelfstandig naamwoord — neuter

  1. een deel van een jas (slip), een jaspand masculine
  2. een gebouw (huis) neuter

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
panden meervoud
pandje verkleinwoord, enkelvoud
pandjes verkleinwoord, meervoud

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van panden
  • gebiedende wijs van panden
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van panden

Vervoeging van pand

pandhele werkwoord

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slip van jas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562

Woordfamilie van pand

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pandje verkleinwoord pand
pandjes verkleinwoord meervoud pand

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pand zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over pand

Hoe spreek je pand uit?
De uitspraak van pand is: /pɑnt/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent pand?
Pand is een zelfstandig naamwoord. Het woord betekent: een zakelijk recht op het roerend goed van een ander om met voorrang een vordering te kunnen verhalen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe verbuig je pand?
Bij pand geldt: het meervoud is panden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.
Hoe verklein je pand?
Het verkleinwoord van pand is pandje, dus een het-woord. In het meervoud wordt dat pandjes.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pand?

Er staan 323 woorden in dit woordenboek die op pand rijmen, waaronder hand, zwitserland en nederland. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Rijmwoorden op pand, uitspraak pɑnt, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hand 1
zwitserland 3
nederland 3
land 1
tand 1
contant 2
charmant 2
want 1
mand 1
briljant 2
olifant 3
fazant 2
gelderland 3
flevoland 3
armband 3
adjudant 3
band 1
sergeant 2
klant 1
arrestant 3
debutant 3
commandant 3
binnenband 3
zand 1
buitenland 3
bestand 2
verstand 2
kant 1
strand 1
plant 1
brand 1
krant 1
luitenant 3
protestant 3
rand 1
langzamerhand 4
amusant 3
arrogant 3
aangebrand 3
verwant 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 323 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pand is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pand levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. 8 zonder bonus
  6. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pand telt 4 letters, waarvan 4 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 3.012 woorden van 4 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pand in het kort

pand is zowel zelfstandig naamwoord als werkwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pand zijn 3 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pand bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pand: een zakelijk recht op het roerend goed van een ander om met voorrang een vordering te kunnen verhalen
Deel pand — standaardnederlands.nl