haaientand
zelfstandig naamwoord ˈhajə(n)ˌtɑntBetekenis
- de tand van een haai
- een driehoekig teken aangebracht op het wegdek nabij een kruising dat aangeeft dat er voorrang verleend dient te worden
Hoe spreek je haaientand uit?
/ˈhajənˌtɑnt/
Haaientand bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- tand van een haai
- elk van de witte driehoeken die in een rij haaks op het wegdek worden aangebracht bij een kruising om aan te geven dat er voorrang verleend moet worden figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| haaientanden | meervoud |
| haaientandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| haaientandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van haai zn en tand zn met het invoegsel -en- **[2] omdat de kleur en vorm aan een rij haaientanden doet denken, in de betekenis ‘markering voorrangsweg’ aangetroffen vanaf 1967 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van haaientand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haaientanden | meervoud | haaientand |
| haaientandje | verkleinwoord | haaientand |
| haaientandjes | verkleinwoord meervoud | haaientand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van haaientand zijn vastgelegd.