pendant
zelfstandig naamwoord pɛnˈdɑntBetekenis
- Een kunstobject dat tegenhanger is van een ander kunstobject.
- Bij uitbreiding: Elk voorwerp of persoon dat een tegenhanger is van een ander.
- Een sieraad dat bedoeld is om aan een halsketting of halsring te hangen, of aan de oorlel (een oorhanger).
- bepaald
Hoe spreek je pendant uit?
/pɛnˈdɑnt/
Pendant bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- Een kunstobject dat de tegenhanger is van een ander kunstobject.
- Bij uitbreiding: Elk voorwerp dat of elke persoon die een tegenhanger is van een ander.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pendanten | meervoud |
| pendantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pendantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans pendant zn , dat teruggaat op Latijn pendere ww in de betekenis van ‘tegenhanger’ voor het eerst aangetroffen in 1861
Woordfamilie van pendant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pendanten | meervoud | pendant |
| pendantje | verkleinwoord | pendant |
| pendantjes | verkleinwoord meervoud | pendant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pendant zijn vastgelegd.