verzanden
werkwoordBetekenis
- vollopen met zand, geleidelijk aan ondieper worden of opdrogen
- geleidelijk aan vastlopen, zonder vooruitgang te kunnen boeken
Vervoeging van verzanden
verzandenhele werkwoord — verzanddeverleden tijd enkelvoud — verzanddenverleden tijd meervoud — verzandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzand | verzandde |
| jij | verzandt | verzandde |
| hij, zij, het | verzandt | verzandde |
| wij | verzanden | verzandden |
| jullie | verzanden | verzandden |
| zij | verzanden | verzandden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verzanden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verzand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzand | gebiedende wijs |
| verzand | verleden tijd, deelwoord |
| verzand te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzand zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzandde | verleden tijd |
| verzande | aanvoegende wijs |
| verzandend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verzand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verzand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzanden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verzand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzanden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zand met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verzanden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzand | voltooid deelwoord | verzanden |
| verzandde | verleden tijd | verzanden |
| verzandden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzanden |
| verzande | aanvoegende wijs | verzanden |
| verzandend | onvoltooid deelwoord | verzanden |
| verzandende | woordvorm | verzanden |
| verzandt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzanden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzanden zijn vastgelegd.