olifant
zelfstandig naamwoord ˈoliˌfɑntBetekenis
- een groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf
- overdrachtelijk ivoor, ivoren voorwerp
- olifant
- ivoor
Hoe spreek je olifant uit?
/ˈoliˌfɑnt/
Olifant bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf uit de familie Elephantidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| olifanten | meervoud |
| olifantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| olifantjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands olifant van Oudfrans olifant, in de betekenis van ‘slurfdier’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van olifant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| olifantje | verkleinwoord | olifant |
| olifantjes | verkleinwoord meervoud | olifant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van olifant zijn vastgelegd.