stand
zelfstandig naamwoord stɑntBetekenis
- hoe of waar iets staat, positie
- sociale positie in de maatschappij, graad, rang
- de puntentelling bij een wedstrijd of een aantal cijfers op een paneel (meter), score
- berisping (alleen verkleinwoord) zie: standje
- de grootte van de populatie van een soort in een bepaald gebied
- plaats op een tentoonstelling waar producten vertoond worden
Hoe spreek je stand uit?
/stɑnt/
Stand bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — masculine
- hoe of waar iets staat
- sociale positie in de maatschappij
- puntentelling bij een wedstrijd of een aantal cijfers op een paneel (meter)
- berisping (alleen als verkleinwoord) zie: standje
- grootte van de populatie van een soort in een bepaald gebied
- in stand houden: zorgen dat iets niet verloren gaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| standen | enkelvoud |
| standje | verkleinwoord |
| standjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| standje | verkleinwoord |
| standjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| stands | enkelvoud |
Woordfamilie van stand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| standen | enkelvoud | stand |
| stands | enkelvoud | stand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stand zijn vastgelegd.