kousenband
zelfstandig naamwoord ˈkɑusə(n)ˌbɑntBetekenis
- elastische band om de kous ophouden|op te houden
- een extreem lange peulvrucht
Hoe spreek je kousenband uit?
/ˈkɑusənˌbɑnt/
Kousenband bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑu | koud |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als kouseband.
zelfstandig naamwoord — masculine
- elastische band om de kous op te houden
- Vigna unguiculata, een extreem lange peulvrucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kouseband | |
| kousenbanden | meervoud |
| kousenbandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kousenbandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kous zn en band zn met het invoegsel -en- **[2]: betekenis ontstaan in Suriname vanwege de gelijkenis in vorm, in de betekenis van ‘groente’ voor het eerst aangetroffen in 1944
Woordfamilie van kousenband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kouseband | woordvorm | kousenband |
| kousenbanden | meervoud | kousenband |
| kousenbandje | verkleinwoord | kousenband |
| kousenbandjes | verkleinwoord meervoud | kousenband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kousenband zijn vastgelegd.