stuur
zelfstandig naamwoord, werkwoord /styːr/Betekenis
- een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig
Hoe spreek je stuur uit?
/styr/
Stuur bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sturen | meervoud |
| stuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sturen
- gebiedende wijs van sturen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sturen
Vervoeging van stuur
stuurhele werkwoord
Woordfamilie van stuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stuurtje | verkleinwoord | stuur |
| stuurtjes | verkleinwoord meervoud | stuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuur zijn vastgelegd.