tureluur
zelfstandig naamwoord /ˌtyːrəˈlyːr/Betekenis
- een vogel die in weiden en duinen leeft
Hoe spreek je tureluur uit?
/ˌtyrəˈlyr/
Tureluur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Tringa totanus een vogel die in weiden en duinen leeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tureluren | meervoud |
| tureluurs | meervoud |
| tureluurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tureluurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in 1636
Woordfamilie van tureluur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tureluren | meervoud | tureluur |
| tureluurtje | verkleinwoord | tureluur |
| tureluurtjes | verkleinwoord meervoud | tureluur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tureluur zijn vastgelegd.