siluur
zelfstandig naamwoord /siˈlyr/Betekenis
- geologisch tijdperk waarin dieren met longen ontstonden, derde periode van het era paleozoïcum, van 444 tot 419 miljoen jaar geleden
Hoe spreek je siluur uit?
/siˈlyr/
Siluur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| l | land |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de spelling Siluur . | |
| siluren | meervoud |
Herkomst
via Engels Silurian van Latijn Silures, een Keltisch volk dat in Wales leefde in het gebied waar later de eerste kenmerkende vondsten voor deze periode werden gedaan; naam voorgesteld in 1835 door de Schotse geoloog Murchison
Woordfamilie van siluur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Siluur | neuter | siluur |
| siluren | meervoud | siluur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van siluur zijn vastgelegd.