bestuur
zelfstandig naamwoord, werkwoord bəˈstyrBetekenis
- manier waarop een organisatie wordt geleid
- groep van mensen die de leiding van een organisatie heeft
Hoe spreek je bestuur uit?
/bəˈstyr/
Bestuur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- groep van mensen die gezamenlijk de leiding hebben over een bedrijf of ander soort organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| besturen | meervoud |
| bestuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bestuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
- gebiedende wijs van besturen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
Vervoeging van bestuur
bestuurhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van stuur (stam van het werkwoord sturen) met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestuurtje | verkleinwoord | bestuur |
| bestuurtjes | verkleinwoord meervoud | bestuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestuur zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- bestuursakkoord
- bestuursambtenaar
- bestuursapparaat
- bestuurscollege
- bestuurscultuur
- bestuursdwang
- bestuursfunctie
- bestuurskamer
- bestuurskunde
- bestuurslaag
- bestuurslichaam
- bestuurslid
- bestuursorgaan
- bestuursrecht
- bestuursrechter
- bestuursschool
- bestuurssecretaris
- bestuursvergadering
- bestuursvoorzitter
- bestuursvorm
- bestuurswetenschap