cesuur
zelfstandig naamwoord se'zyrBetekenis
- een breuk of scheiding tussen periodes in de geschiedenis
Hoe spreek je cesuur uit?
/seˈzyr/
Cesuur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| e | veel |
| z | zon |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- rustpunt halverwege een versvoet, meestal in een gedicht van vijf of zes regels
- ritmisch rustpunt in een muzikale frase
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cesuren | meervoud |
| cesuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cesuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rustpunt’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van cesuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cesuren | meervoud | cesuur |
| cesuurtje | verkleinwoord | cesuur |
| cesuurtjes | verkleinwoord meervoud | cesuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cesuur zijn vastgelegd.