monocultuur
zelfstandig naamwoord /ˈmonokʏɫˌtyːr/Betekenis
- landbouw met één gespecialiseerd gewas
- eenzijdige samenstelling van mensen, producten of diensten binnen een samenleving
Hoe spreek je monocultuur uit?
/ˈmonokʏlˌtyr/
Monocultuur bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| n | nek |
| k | kat |
| ʏ | put |
| l | land |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| monoculturen | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van cultuur (teelt) met het voorvoegsel mono-.
Woordfamilie van monocultuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| monoculturen | meervoud | monocultuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monocultuur zijn vastgelegd.