stuurstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stoel die vast aan de grond zit in de stuurhut van een schip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stuurstoelen | meervoud |
| stuurstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stuurstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stuur en stoel
Woordfamilie van stuurstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stuurstoelen | meervoud | stuurstoel |
| stuurstoeltje | verkleinwoord | stuurstoel |
| stuurstoeltjes | verkleinwoord meervoud | stuurstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuurstoel zijn vastgelegd.