tandglazuur
zelfstandig naamwoord ˈtɑntxlaˌzyrBetekenis
- het blinkend glazuur op de tandkroon die rond het tandbeen gelegen is
Hoe spreek je tandglazuur uit?
/ˈtɑntxlaˌzyr/
Tandglazuur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| x | acht |
| l | land |
| a | maan |
| z | zon |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tandglazuren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tand en glazuur
Woordfamilie van tandglazuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tandglazuren | meervoud | tandglazuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tandglazuur zijn vastgelegd.