tweefasestructuur
zelfstandig naamwoord tweˈfazəstrʏkˌtyrBetekenis
- (Nederland) tussen 1982 en 2002 wettelijk voorgeschreven opbouw van het studieprogramma in het wetenschappelijk onderwijs
Hoe spreek je tweefasestructuur uit?
/tweˈfazəstrʏkˌtyr/
Tweefasestructuur bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| w | quiz |
| e | veel |
| f | fiets |
| a | maan |
| z | zon |
| ə | de |
| s | sok |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
| y | fuut |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- tussen 1982 en 2002 wettelijk voorgeschreven opbouw van het studieprogramma in het wetenschappelijk onderwijs
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tweefasenstructuur | |
| tweefasenstruktuur | |
| tweefasestructuren | meervoud |
| tweefazenstructuur | |
| tweefazenstruktuur |
Herkomst
samenstellende samenstelling van twee ht, fase zn en structuur zn , aangetroffen vanaf 1978
Woordfamilie van tweefasestructuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tweefasenstructuur | feminine | tweefasestructuur |
| tweefasenstruktuur | feminine | tweefasestructuur |
| tweefasestructuren | meervoud | tweefasestructuur |
| tweefazenstructuur | feminine | tweefasestructuur |
| tweefazenstruktuur | feminine | tweefasestructuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tweefasestructuur zijn vastgelegd.