sturen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'styːrə(n)/Betekenis
- de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt
- het stuur van een auto bedienen
- de instructies van een roer of stuur opvolgen
- de richting bepalen waarin een voertuig zich voortbeweegt
- zorgen dat een situatie zich in een bepaalde richting ontwikkelt
- zorgen dat een toestel de gewenste taken uitvoert
- een persoon ergens heen doen gaan
- zorgen dat een brief of ander bericht zijn bestemming bereikt
- een woord of blik tot iemand richten
Hoe spreek je sturen uit?
/ˈstyrən/
Sturen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt transitive
- zorgen dat [een situatie] zich in een bepaalde richting ontwikkelt transitive
- zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert transitive
- [een persoon] ergens heen doen gaan transitive
- zorgen dat [een brief of ander bericht] zijn bestemming bereikt ditransitive
- ~ tot [een woord of blik] tot iemand richten obsolete, transitive
Vervoeging van sturen
sturenhele werkwoord — stuurdeverleden tijd enkelvoud — stuurdenverleden tijd meervoud — gestuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuur | stuurde |
| jij | stuurt | stuurde |
| hij, zij, het | stuurt | stuurde |
| wij | sturen | stuurden |
| jullie | sturen | stuurden |
| zij | sturen | stuurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestuurd | verleden tijd, deelwoord |
| gestuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sture | aanvoegende wijs |
| sturend | onvoltooid, deelwoord |
| stuur | gebiedende wijs |
| stuurde | verleden tijd |
| te hebben gestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sturen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sturen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sturen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stuur
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘doen gaan (in bepaalde richting)’ aangetroffen vanaf ca. 1100
Woordfamilie van sturen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestuurd | voltooid deelwoord | sturen |
| sture | aanvoegende wijs | sturen |
| stuurde | verleden tijd | sturen |
| stuurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sturen |
| stuurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sturen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sturen zijn vastgelegd.