titulatuur
zelfstandig naamwoord /tityla'tyr/Betekenis
- de titels van een persoon
- het geheel van alle titels
Hoe spreek je titulatuur uit?
/titylaˈtyr/
Titulatuur bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| y | fuut |
| l | land |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| titulaturen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘betiteling’ voor het eerst aangetroffen in 1753
Woordfamilie van titulatuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| titulaturen | meervoud | titulatuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van titulatuur zijn vastgelegd.