schuur
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxyrBetekenis
- een opslagplaats bij het huis of de boerderij
Hoe spreek je schuur uit?
/sxyr/
Schuur bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| y | fuut |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een bijgebouw bij het huis of de boerderij om veldvruchten, landbouwproducten en -werktuigen in op te slaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuren | meervoud |
| schuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuren
- gebiedende wijs van schuren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuren
Vervoeging van schuur
schuurhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘eenvoudige berging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
Woordfamilie van schuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuurtje | verkleinwoord | schuur |
| schuurtjes | verkleinwoord meervoud | schuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuur zijn vastgelegd.