consulaat
zelfstandig naamwoord ˌkɔnsyˈlatBetekenis
- officiële vertegenwoordiging van een staat in het buitenland, voor het behartigen van de belangen van de vertoevende landgenoten, in dat land met minder bevoegdheden dan een ambassade
Hoe spreek je consulaat uit?
/ˌkɔnsyˈlat/
Consulaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| y | fuut |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| consulaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| consulaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| consulaten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van consul met het achtervoegsel -aat
Woordfamilie van consulaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| consulaatje | verkleinwoord | consulaat |
| consulaatjes | verkleinwoord meervoud | consulaat |
| consulaten | meervoud | consulaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consulaat zijn vastgelegd.