consul
zelfstandig naamwoord ˈkɔnzʏlBetekenis
- gevolmachtigd vertegenwoordiger van een vreemde regering in een land.
- elk van de beide eerste overheidspersonen tijdens de Republiek in Rome.
- consul
Hoe spreek je consul uit?
/ˈkɔnzʏl/
Consul bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| z | zon |
| ʏ | put |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| consulletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| consulletjes | verkleinwoord, meervoud |
| consuls | meervoud |
Herkomst
van Latijn consul, in de betekenis van ‘gevolmachtigd vertegenwoordiger van land’ voor het eerst aangetroffen in 1470
Woordfamilie van consul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| consulletje | verkleinwoord | consul |
| consulletjes | verkleinwoord meervoud | consul |
| consuls | meervoud | consul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consul zijn vastgelegd.