voorraad
zelfstandig naamwoord /ˈvɔːrˌraːt/Betekenis
- wat voor later gebruik wordt opgeslagen
Hoe spreek je voorraad uit?
/ˈvɔrˌrat/
Voorraad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| voorraden | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘voorhanden hoeveelheid’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Woordfamilie van voorraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorraadje | verkleinwoord | voorraad |
| voorraadjes | verkleinwoord meervoud | voorraad |
| voorraden | meervoud | voorraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorraad zijn vastgelegd.