fabricaat
zelfstandig naamwoord ˌfɑbriˈkatBetekenis
- een product gemaakt door een fabriek
- voortbrenging, maaksel
Hoe spreek je fabricaat uit?
/ˌfɑbriˈkat/
Fabricaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| r | rood |
| i | riet |
| k | kat |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als fabrikaat.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fabricaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fabricaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| fabricaten | meervoud |
| fabrikaat |
Herkomst
afgeleid van fabriceren met het achtervoegsel -aat
Woordfamilie van fabricaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fabricaatje | verkleinwoord | fabricaat |
| fabricaatjes | verkleinwoord meervoud | fabricaat |
| fabricaten | meervoud | fabricaat |
| fabrikaat | neuter | fabricaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fabricaat zijn vastgelegd.