haat
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦaːt/Betekenis
- sterk gevoel van vijandschap
- vier
Hoe spreek je haat uit?
/hat/
Haat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| t | tak |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van haten
- gebiedende wijs van haten
Vervoeging van haat
haathele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands / Middelnederlands, in de betekenis van ‘diepe afkeer’ voor het eerst aangetroffen in 1287; gesubstantiveerde werkwoordsstam van haten