ambassade
zelfstandig naamwoord ɑmbɑˈsadəBetekenis
- de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andere
- het gebouw waarin 1 gevestigd is met de grond waarop het staat
- ambassade
Hoe spreek je ambassade uit?
/ɑmbɑˈsadə/
Ambassade bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| s | sok |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het gebouw waarin [1] gevestigd is met de grond waarop het staat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambassades | meervoud |
| ambassadetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ambassadetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gezantschapsgebouw’ voor het eerst aangetroffen in 1878
Woordfamilie van ambassade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambassades | meervoud | ambassade |
| ambassadetje | verkleinwoord | ambassade |
| ambassadetjes | verkleinwoord meervoud | ambassade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambassade zijn vastgelegd.