citaat
zelfstandig naamwoord siˈtatBetekenis
- een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
Hoe spreek je citaat uit?
/siˈtat/
Citaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| citaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| citaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| citaten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘aanhaling, ontleende passage’ voor het eerst aangetroffen in 1840.
Woordfamilie van citaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| citaatje | verkleinwoord | citaat |
| citaatjes | verkleinwoord meervoud | citaat |
| citaten | meervoud | citaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van citaat zijn vastgelegd.