ovenplaat
zelfstandig naamwoord ˈovə(n)ˌplatBetekenis
- ijzeren plaat waarop het deeg gelegd wordt dat in de oven moet bakken
Hoe spreek je ovenplaat uit?
/ˈovənˌplat/
Ovenplaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ovenplaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ovenplaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| ovenplaten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oven en plaat
Woordfamilie van ovenplaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ovenplaatje | verkleinwoord | ovenplaat |
| ovenplaatjes | verkleinwoord meervoud | ovenplaat |
| ovenplaten | meervoud | ovenplaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ovenplaat zijn vastgelegd.