dageraad
zelfstandig naamwoord ˈdaɣəˌratBetekenis
- het aanbreken van de nieuwe dag 3, de tijd net voor zonsopkomst
Hoe spreek je dageraad uit?
/ˈdaxəˌrat/
Dageraad bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- het aanbreken van de nieuwe dag [3], de tijd net voor zonsopkomst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dageraden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘aanbreken van de dag’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van dageraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dageraden | meervoud | dageraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dageraad zijn vastgelegd.