traktaat
zelfstandig naamwoord /trɑk'tat/Betekenis
- een overeenkomst tussen staten of andere politieke machten
- een verhandeling
Hoe spreek je traktaat uit?
/trɑkˈtat/
Traktaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| traktaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| traktaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| traktaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verhandeling, verdrag’ voor het eerst aangetroffen in 1437
Woordfamilie van traktaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| traktaatje | verkleinwoord | traktaat |
| traktaatjes | verkleinwoord meervoud | traktaat |
| traktaten | meervoud | traktaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traktaat zijn vastgelegd.