tomaat
zelfstandig naamwoord /toˈmat/Betekenis
- een eetbare vrucht van de tomatenplant die toch meestal als groente wordt beschouwd
- uit Zuid-Amerika afkomstige nachtschadeachtige plant waaraan bovengenoemde vruchten groeien
- de zachte rode kleur van tomaten
Hoe spreek je tomaat uit?
/toˈmat/
Tomaat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Lycopersicon esculentum Solanum lycopersicum uit Zuid-Amerika afkomstige nachtschadeachtige plant waaraan bovengenoemde vruchten groeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tomaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tomaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| tomaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1608
Woordfamilie van tomaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tomaatje | verkleinwoord | tomaat |
| tomaatjes | verkleinwoord meervoud | tomaat |
| tomaten | meervoud | tomaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tomaat zijn vastgelegd.