klad
zelfstandig naamwoord, werkwoord klatBetekenis
- vlek, smet, mop
- losgeraakt deel, stuk stof
- clade
- voordeel
- ordening, volgorde
- přednost
- zápor
Hoe spreek je klad uit?
/klat/
Klad bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- stukje dat van een wat vloeibaar geheel is losgeraakt, ook als het na verloop van tijd is opgedroogd; vooral gebruikt als het zit op een oppervlak waar dat ongewenst is
- losgeraakt deel, stuk weefsel
- bloemhoofdje met stekeltjes
- uitgestelde betaling
- in het wild levende duif
- papier waarop voorlopige aantekeningen zijn gemaakt
- voorlopige opzet figuratively
- sterk absorberend papier, gebruikt om bij het schrijven een overmaat van inkt weg te deppen voordat er vlekken ontstaan historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1], [2] kladde | |
| kladden | meervoud |
| kladje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kladjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
- gebiedende wijs van kladden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
Vervoeging van klad
kladhele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands cladde, in de betekenis van ‘vlek’ aangetroffen vanaf 1465, verwant aan klodder **[2]: overdrachtelijk toegepast op materiaal dat niet vloeibaar is, vooral textiel **[3]: overdrachtelijk toegepast op deel van een plant dat zich aan vacht of weefsel hecht **[4]: vermoedelijk een (verkorting) van kladschuld **[5]: vermoedelijk een verwijzing naar de uitwerpselen die deze vogels verspreidt; gelet op het Duits Klätscher zou het ook om een klanknabootsing kunnen gaan **[6]: vermoedelijk een (verkorting) van kladboek, kladwerk of kladpapier als aanduiding van een eerdere met inkt geschreven versie waarin nog vlekken mochten voorkomen omdat zij door een definitieve, nette versie zou worden vervangen **[7]: (verkorting) van kladpapier in de betekenis "vloeipapier", vooral gangbaar in Belgisch-Nederlands
Woordfamilie van klad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kladje | verkleinwoord | klad |
| kladjes | verkleinwoord meervoud | klad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klad zijn vastgelegd.