acetaat
zelfstandig naamwoord asəˈtatBetekenis
- een ester of zout afgeleid van azijnzuur
Hoe spreek je acetaat uit?
/asəˈtat/
Acetaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| s | sok |
| ə | de |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| acetaten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zout van azijnzuur’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van acetaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| acetaten | meervoud | acetaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van acetaat zijn vastgelegd.