straat
zelfstandig naamwoord stratBetekenis
- een weg tussen de huizen in een bewoonde plaats
- smalle doorgang tussen twee zeeën, een zee-engte, zeestraat
- reeks machines of arbeidsplaatsen in een productielijn, een productiestraat
Hoe spreek je straat uit?
/strat/
Straat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| straatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| straatjes | verkleinwoord, meervoud |
| straten | meervoud |
Herkomst
Van Oudnederlands strāta. Verder te herleiden tot Latijn (zie hieronder). In de betekenis van ‘weg’ voor het eerst aangetroffen in 1210
Woordfamilie van straat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| straatje | verkleinwoord | straat |
| straatjes | verkleinwoord meervoud | straat |
| straten | meervoud | straat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van straat zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- Straatsburg
- bestraten
- straatarm
- straatartiest
- straatbeeld
- straatbende
- straatcultuur
- straatgevecht
- straathoek
- straathoekwerker
- straathond
- straatjongen
- straatkei
- straatkind
- straatklinker
- straatlantaarn
- straatlantaren
- straatlengte
- straatmadelief
- straatmeubilair
- straatmuzikant
- straatnaam
- straatnaambord
- straatnimf