beraad
zelfstandig naamwoord, werkwoord bəˈratBetekenis
- overweging, overleg
- na rijp beraad: na uitgebreid nagedacht te hebben
- in beraad houden: nog niet direkt beslissen
- overleg, conferentie
Hoe spreek je beraad uit?
/bəˈrat/
Beraad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- zorgvuldige gezamenlijke of innerlijke afweging van feiten en meningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (beraadje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (beraadjes) | verkleinwoord, meervoud |
| (beraden) | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
- gebiedende wijs van beraden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
Vervoeging van beraad
beraadhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands beraet, in de betekenis van ‘overleg’ aangetroffen vanaf 1265
Woordfamilie van beraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beraadje | woordvorm | beraad |
| beraadjes | meervoud | beraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beraad zijn vastgelegd.