weg
zelfstandig naamwoord, bijwoord wɛxBetekenis
- een smalle strook grond voor het verkeer
- een middel om iets te bereiken
- {{citeer blad
- een route
- op weg: een gedeelte van een taak is volbracht
- verwijderd van de huidige plaats
- onvindbaar.
- een voortgang uitdrukkend
- wegge (brood, kluit)
Hoe spreek je weg uit?
/wɛx/
Weg bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
zelfstandig naamwoord — masculine
- smalle strook grond voor het verkeer
- route van een vertrekpunt naar een bestemming
- middel om iets te bereiken figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wegen | enkelvoud |
| weggetje | verkleinwoord |
| weggetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| wegje | verkleinwoord |
| wegjes | verkleinwoord, enkelvoud |
bijwoord
- kwijt, onvindbaar
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] weg | canonical |
zelfstandig naamwoord
- brood dat naar de uiteinden toe in een punt toeloopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weggen | meervoud |
| weggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weggetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
A erfwoord via Middelnederlands wech van Oudnederlands weg **zn: in de betekenis van ‘baan’ aangetroffen vanaf 838 **bw: in de betekenis van ‘verdwenen’ aangetroffen vanaf 1285
Woordfamilie van weg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weegs | masculine | weg |
| weggetje | verkleinwoord | weg |
| weggetjes | verkleinwoord | weg |
| wegje | verkleinwoord | weg |
| wegjes | verkleinwoord | weg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weg zijn vastgelegd.