Naar de inhoud

verpanden

als basis voor een lening uit handen geven

verpanden

werkwoord /vər'pɑndə(n)/

Betekenis

  1. als basis voor een lening uit handen geven
  2. sterk gehecht zijn aan

Hoe spreek je verpanden uit?

/vərˈpɑndən/

Verpanden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈpɑndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
p pak
ɑ bad
n nek
d dak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verpanden

verpandenhele werkwoord — verpanddeverleden tijd enkelvoud — verpanddenverleden tijd meervoud — verpandvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verpand verpandde
jij verpandt verpandde
hij, zij, het verpandt verpandde
wij verpanden verpandden
jullie verpanden verpandden
zij verpanden verpandden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verpand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verpand impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verpand impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verpand impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verpand impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verpand worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verpand zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verpand worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verpand zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verpand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verpand voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verpand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verpand voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verpand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verpand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verpand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verpand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verpand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verpand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verpand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verpanden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verpanden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpand gebiedende wijs
verpand verleden tijd, deelwoord
verpand te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verpand te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verpand te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpand te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpand te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verpand worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verpand zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verpand zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpand zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpand zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verpandde verleden tijd
verpande aanvoegende wijs
verpandend onvoltooid, deelwoord
waart verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verpand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verpand voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verpand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verpand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verpand voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verpand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verpand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verpand hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verpand hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verpand hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verpand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verpand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verpand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verpand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verpand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verpand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verpand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verpand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verpanden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verpand hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verpand hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verpand hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verpand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verpand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verpand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verpanden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verpand hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verpand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verpand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verpanden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van pand met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verpanden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verpand voltooid deelwoord verpanden
verpandde verleden tijd verpanden
verpandden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verpanden
verpande aanvoegende wijs verpanden
verpandend onvoltooid deelwoord verpanden
verpandende woordvorm verpanden
verpandt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verpanden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verpanden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verpanden

Hoe spreek ik verpanden uit?
Zo spreek je verpanden uit: /vər'pɑndə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verpanden?
Verpanden is een werkwoord. De betekenis is: als basis voor een lening uit handen geven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verpanden?
Zo vervoeg je verpanden zo: de tegenwoordige tijd is verpand, de verleden tijd is verpandde en het voltooid deelwoord is verpand. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verpanden?

Op verpanden rijmen 33 woorden, onder andere ingewanden, tanden en voorhanden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verpanden, uitspraak vərˈpɑndən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ingewanden 4
tanden 2
voorhanden 3
verbranden 3
stranden 2
randen 2
watertanden 4
driebanden 3
klappertanden 4
omhanden 3
ophanden 3
vertanden 3
aangelanden 4
aanvoerdersbanden 5
autobranden 4
binnenbanden 4
boodschappenmanden 5
coalitielanden 6
handen 2
keukenwanden 4
konijnentanden 5
loopafstanden 4
nederlanden 4
oostbloklanden 4
overspanden 4
schoorsteenbranden 4
verlanden 3
voertuigbranden 4
vuurwerkbranden 5
wantoestanden 4
wereldbranden 4
woningbestanden 5
woningbranden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verpanden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verpanden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 4
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verpanden in het kort

verpanden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verpanden staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verpanden bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verpanden: als basis voor een lening uit handen geven
Deel verpanden — standaardnederlands.nl