concordaat
zelfstandig naamwoord ˌkɔŋkɔrˈdatBetekenis
- overeenkomst tussen een staat en de paus over de rechten van de rooms-katholieke kerk in een land
Hoe spreek je concordaat uit?
/ˌkɔŋkɔrˈdat/
Concordaat bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| r | rood |
| d | dak |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| concordaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verdrag (m.n. tussen staat en paus)’ voor het eerst aangetroffen in 1545
Woordfamilie van concordaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concordaten | meervoud | concordaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concordaat zijn vastgelegd.