top
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel, werkwoord tɔpBetekenis
- hoogste punt, (bovenste) uiteinde
- grootst mogelijke, hoogst bereikbare (topsnelheid, topsport)
- de leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
- naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
- ik stem toe!
- bovenste
- hoogste punt
- topje; veelal luchtig stuk bovenkleding, meestal voor vrouwen
Hoe spreek je top uit?
/tɔp/
Top bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als tob.
zelfstandig naamwoord — masculine
- leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
- opvallend goed, tot de besten behorend intensifier, prefix
- vergadering of bijeenkomst van leiders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| topje | verkleinwoord, enkelvoud |
| topjes | verkleinwoord, meervoud |
| toppen | meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- kledingstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| topje | verkleinwoord, enkelvoud |
| topjes | verkleinwoord, meervoud |
| tops | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
- gebiedende wijs van toppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
Vervoeging van top
tophele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bovenstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1130
Woordfamilie van top
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| topje | verkleinwoord | top |
| topjes | verkleinwoord meervoud | top |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van top zijn vastgelegd.