wetstaal
zelfstandig naamwoord ˈwɛts'talBetekenis
- het idioom waarin de wetten zijn geschreven
- een ronde staaf fijn geribbeld staal met een handvat, waaraan je een mes of schaar kunt slijpen
Hoe spreek je wetstaal uit?
/ˈwɛtsˈtal/
Wetstaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| s | sok |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wetstalen | meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een ronde staaf fijn geribbeld staal met een handvat, waaraan een mes of schaar kan worden geslepen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wetstalen | meervoud |
Woordfamilie van wetstaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wetstalen | meervoud | wetstaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wetstaal zijn vastgelegd.