wetgevend
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- het recht hebbend om wetten te maken en uit te vaardigen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wetgevende | verbogen, stellende trap |
| wetgevends | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van wetgeven
Vervoeging van wetgevend
wetgevendhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van wet en gevend
Woordfamilie van wetgevend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wetgevends | partitive, positive | wetgevend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wetgevend zijn vastgelegd.