wetten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɛtən/Betekenis
- het aanscherpen van een mes op een wetsteen
- wedden
- ~, dass; wedden, er zeker van zijn
Hoe spreek je wetten uit?
/ˈwɛtən/
Wetten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het aanscherpen [1] van een mes op een wetsteen transitive
Vervoeging van wetten
wettenhele werkwoord — wetteverleden tijd enkelvoud — gewetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wet | wette |
| jij | wet | wette |
| hij, zij, het | wet | wette |
| wij | wetten | — |
| jullie | wetten | — |
| zij | wetten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewet | verleden tijd, deelwoord |
| gewet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wet | gebiedende wijs |
| wette | verleden tijd |
| wette | aanvoegende wijs |
| wettend | onvoltooid, deelwoord |
| word gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wet
Herkomst
ww: van Middelnederlands wetten, in de betekenis van ‘scherpen’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van wetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewet | voltooid deelwoord | wetten |
| gewette | woordvorm | wetten |
| wette | verleden tijd | wetten |
| wettend | onvoltooid deelwoord | wetten |
| wettende | woordvorm | wetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wetten zijn vastgelegd.